Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

GALERIE LAUSWOLT

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

           Peter B. van Houten

 

 

bij

DE SLAG

SELMIEN WEST 2

9247 TS

OLTERTERP

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

 

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Terug Home

 

 

ALLERHANDE

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Route

naar de galerie

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Sieraden

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

  Galerie email: art-gallery@lauswolt.com

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                  

 

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

                       

 

 

                                    

 

                         

 

                         

 

                       

 

                                    

 

                                

www.galerielauswolt.com

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

 

Peter v Houten

 

Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

 

 

                           Peter  B. van Houten

 

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Begin jaren tachtig verhuisde Peter B. van Houten (Amsterdam,1943) met zijn vrouw, de muziekpedagoge Dinie Goedhart, naar Foudgum in Noord Friesland.

Van Houtens werk balanceert op de grens tussen abstract en figuratief met nadruk op de kracht van de verbeelding. Het gaat om ‘echte’ schilderkunst waarin het schilderij is opgevat als lichaam en de verf als huid.

Steeds is hij op zoek naar de relatie met de tijd waarin hij leeft.

Van Houten in het interview (2007) met Suzanne Styhler; ‘Wat ik ermee kan, wat ik ervan vind, wat mijn positie is als schilder.

Het geloof in de maakbaarheid van de samenleving werkte door in de kunst. Ook het schilderij was maakbaar geworden. Terwijl een schilderij volgens mij ontstáát. Het is een groeiproces. Bovendien, alle stromingen die een tijdlang functioneel zijn geweest verliezen hun waarde nadat het concept is uitgeput. En als het toch wordt doorgezet, wordt het kitsch of een commerciële aangelegenheid.

 

Landschappen en portretten hebben mij van begin af aan geboeid en zijn in de kunstgeschiedenis als genre altijd belangrijk geweest. Het was een onderzoek om mijn positie te bepalen ten opzichte van de schilderkunst. Natuurlijk ben ik beïnvloed door de traditie en door wat ik geleerd heb op de Rijksakademie. De Akademie had toen wel een ouderwetse, 19e eeuwse sfeer met een universitaire status. Bij kunstgeschiedenis zaten we, net als op de universiteit, in een arena-achtige opstelling boven elkaar en moesten we gaan staan als de professor binnen kwam. En de eerste drie jaar moest je vooral tekenen. Daarna bereikte je pas de hogere regionen en mocht je schilderen. Maar achteraf gezien was het grootste voordeel dat ik er heel kritisch geworden ben en dat ik er heb leren werken, geleerd dat je gewoon door moet gaan. Hoewel ik er ambivalent tegenover stond, gaf de opleiding me een degelijke basis. Ik heb kennis genomen van zaken waar de eigentijdse kunstwereld bijna niet meer in geïnteresseerd was. Wat is kleur, tonaliteit, vorm, volume en massa? Wat is compositie, figuratie, abstractie? Wat is het voor- of nadeel van een bepaalde aanpak? Professor Ludge bijvoorbeeld, was iemand die gloedvol kon vertellen waarom iemand een schilder was en waarom niet... of over het impressionisme, het zoeken en de bevrijding die dat toen gaf. Ook van de lessen van de portrettist prof. Schröder heb ik veel geleerd’.

 

Suzanne Styhler: ‘Kun je nog meer vertellen over je experimenten in het kader van de traditie?’

 

Van Houten:’Stijlcitaten zijn experimenten die voortkwamen uit het Burgerlijk Neo-Academisme waarin ik oude meesters citeerde die ik bewonderde, zoals ik dat doe op mijn manier. Ik schilderde iets van nu maar denkend aan toen om te kijken wat ik ermee kon. In een vroeg zelfportret bijvoorbeeld doen licht en compositie denken aan de Hollandse Barok; of een ander werk, Naar Vermeer, waarin kleur en dieptewerking naar Vermeer verwijzen. Het oproepen van hoofdzaken, door dat wat minder belangrijk is in de schaduw te laten vallen en dat wat je belangrijk vindt uit het licht naar voren te halen, kan alleen met verf. Het beeld suggereert volledig te zijn terwijl niets gedetailleerd is, alleen aangeduid. De serie naakten met vrouwen onder de douche, waar je kunt zien wat ruimte en kleur én beweging doen, hoort er ook bij. Deze naakten refereren aan de manier waarop de impressionisten, maar vooral de postimpressionisten, met name Bonnard, diepte door kleur en toon wisten te verkrijgen.

Ik experimenteerde met abstraheren en vereenvoudigen om de onderliggende structuur van het schilderij en van het onderwerp, de abstracte waarden ervan te onderzoeken. De manier waarop Cézanne hierop de nadruk heeft gelegd, met de natuur als uitgangspunt, heeft mij daartoe geïnspireerd. Het schilderij is altijd een abstractie, een stilstaande rechthoek die door verf, kleur en toon diepte suggereert terwijl het tegelijkertijd een plat vlak is. Je doet iets wat eigenlijk onmogelijk is, in alle perioden, ook in de Barok. Daarom werken schilderijen ook, of soms niet... zoals al die schaatsertjes van Averkamp, of een groot gedeelte van de verhalende schilderijen uit de Romantiek, thema’s die nu zijn overgenomen door fotografie en video. Het schilderij moet het met verf doen, met materiaal dat niets met de werkelijkheid te maken heeft.

 

Ik ben nu uitgekomen op twee onderwerpen waarin ik alles kwijt kan, landschappen (rijdend waargenomen) en portretten. Naast de losse portretten, werk ik aan het meerjarige portrettenproject waarin de verwerking zit van alles wat ik als schilder belangrijk vind. Het is een visuele autobiografie die het verloop en de voortgang in de tijd laat zien. De snelheidslandschappen, waar het landschap voorbij vliegt, zijn een nieuw onderwerp, een ander aspect van het waarnemen waar volgens mij nog nooit iets mee gedaan is. Over de aanwezigheid van alles, zonder je daar altijd bewust van te zijn, over dat aspect van de werkelijkheid zijn nog steeds ontdekkingen mogelijk waarvan sommige zichtbaar te maken zijn. Wat gebeurt er als je snel langs iets heen gaat? Meestal is iets in de verte wazig en van dichtbij heel scherp. Maar als je snel beweegt, is dichtbij wazig - begrijpelijk want je oog vliegt er langs - en in de verte heel scherp. Opeens zie je en herken je iets in de verte terwijl dat vanuit stilstand anders gaat. Of als je door een bos rijdt, is het hele bos aanwezig. Je ziet er meer van dan je ooit zal zien als je er doorheen wandelt. Maar daar gaat het niet om, het gaat om de aanwezigheid. Ineens zie je een bepaalde boom, heel helder, maar waarom die boom je aandacht trekt en niet een andere, is onbegrijpelijk. Het beeld is ook zo weer weg. Juist die momentopname in zo’n chaotisch geheel, waar je nergens je blik op vast kunt pinnen, is des te raadselachtiger omdat je plotsklaps heel scherp iets ziet. Al is het meteen weer weg. Waarom dat, en het andere niet?

Beweging is de essentie, in de portretten net zo goed, en binnen dat idee is er variatie genoeg. Niet alles is van belang, maar het is er wel. Als het maar een schilderij wordt.

Wat dat betreft heb ik geen andere thema’s meer nodig en ik denk dat dit ook wel zo blijft. Zoeken hoeft niet meer, wat ik voorheen wel deed. Alleen in de uitvoering is veel te onderzoeken en uit te vinden.

 

Het waarnemen en het verbeelden van beweging zijn een belangrijk element in je werk, letterlijk en figuurlijk. Hoe uit zich dat in de snelheidsschilderijen?

 

De aanwezigheid van de totale werkelijkheid waarin we leven hoort bij de ‘snelle’ schilderijen. Deze fascinatie heeft te maken met het levensgevoel van nu. Aangezien je tweederde van de tijd de omgeving waarneemt terwijl je in beweging bent - lopend, fietsend, rijdend of ga zo maar door - zou je er toch iets mee moeten. Omdat het vastleggen ervan een momentopname is en tegelijkertijd de mogelijkheid geeft je eigen positie in het tijdsbeeld uit te drukken.

Wat krijgt de nadruk, wat is onnadrukkelijk aanwezig en hoe wordt dit bevorderd door de abstracte achtergrond? Dat is iets dat ontstaat en gedicteerd wordt door het schilderij. Dat kan ik door de wijze van schilderen die ik ontwikkeld heb en waar ik nog steeds aan werk. Het kan altijd anders, of beter. Formeel gesproken is de verwondering over de waarneming telkens opnieuw mijn inspiratiebron. Of je naar de werkelijkheid of naar een schilderij kijkt, de waarneming blijft raadselachtig. Vooral de onnadrukkelijke aanwezigheid die door abstracte waarden zichtbaar wordt. Als ik Vermeer van dichtbij bekijk, zie ik behalve de craquelé ook hoe hij te werk ging. Dat zie je niet van een afstand, dan ervaar je alleen het beeld, de kleuren en dat waarop de nadruk ligt. Van dichtbij zie je de witte verf, van een afstand licht, zoals op de mondhoek van het Meisje met de Parel en op de broodjes van de Melkmeisje.

Je zou denken, als je snelheid wilt schilderen dan pak je een kwast en sjwoefff..., heel snel ga je er erover heen. Van links naar rechts, wham. Of je neemt rolschaatsen en vliegt zo met een kwast langs het doek. Dat ziet er ook snel uit en soms moet het ook met vaart. Maar je kunt ook snelheid suggereren met een slappe kwast. Als je heel zachtjes en beheerst schildert, dan ziet het er nog sneller uit. Door te aaien, bijna zonder druk uit te oefenen, blijft er niet overal verf staan. Een momentopname, het toevallige dat in je blikveld komt als je niet weet wat je ziet, komt op die manier naar voren.

 

In 2001, ongeveer tegelijkertijd met de snelheidsschilderijen, ben je begonnen aan het portrettenproject, een visuele autobiografie. Te zien zijn je omgeving, mensen die in je leven een rol spelen en abstracte velden of landschappen die refereren aan gebeurtenissen die voor jou van waarde zijn. Ook hier gaat het om beweging, om momentopnames en associaties die op een ogenschijnlijk toevallige manier aan elkaar zijn gezet. Wat betekent dit project voor jou en hoe zit het in elkaar?

 

Het is mijn zienswijze op de tijd en op het verloop ervan, gerelateerd aan mijn persoonlijke ontwikkeling. Mensen die een rol hebben gespeeld of spelen en waar ik sta als schilder dankzij nieuwe en voorgaande experimenten. Door de tijd niet chronologisch maar op intuïtieve wijze als geheel te benaderen, kan ik tegenstellingen naast elkaar zetten en verbanden leggen. Zoals ik eerder heb gedaan, in Terug naar het schilderen. Alleen toen deed ik dat op één schilderij. Deze opbouw biedt een hechte structuur om door te gaan en verder te komen. Er is plek voor alles, zelfs voor chaotische gedachtesprongen en twijfel.

Mijn gedachten gaan naar vroeger, dan weer naar de toekomst of naar het ogenblik. Ik zie iets en het doet me denken aan een specifieke persoon of aan een bepaalde tijd. Als gevolg van een associatie schilder ik bijvoorbeeld een vlak met stippels om te verwijzen naar de abstracte schilderkunst die in decoratieve esthetiek is vervallen. Of ik leg de verf er dik bovenop om het viriele te suggereren. Denk maar aan Karel Appel, hoe meer macho hoe dikker de verf! Een angstig type als Willink schildert dun, om maar een tegenstelling te noemen.

In principe komt er per jaar vier meter bij. Volledig zal het nooit worden, het is een open einde want de laatste verpleegster kan je natuurlijk niet schilderen!

 

Heb je een lange aanloop nodig voordat je aan een werk begint?

 

Soms, als ik het even niet meer weet, als ik twijfel. Maar als er een reeks ontstaat waar ik in geloof, heb ik helemaal geen aanloop nodig, dan ben ik achter elkaar bezig. Ik begin meestal omstreeks negen uur, en 10 minuten later is het half zeven. Dat is dan een prettige werkdag geweest! Hoelang ik aan een schilderij werk is net als het formuleren van gedachten. Soms heb je direct de juiste bewoordingen en soms moet je zoeken en schaven.

 

 

Bovenstaande tekst is een gedeelte uit het interview door

Drs. Suzanne Styhler dat in mei 2007 in Atelier Van Houten heeft plaatsgevonden en integraal is gepubliceerd in PORTRET VAN HOUTEN.

Ook verkrijgbaar voor € 24,95 in Galerie Lauswolt.

 

 

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Verder altijd van gerenommeerde kunstenaars meer dan 300 schilderijen/beelden in stock. De moeite van een reisje waard.

 

           E-mail: galerielauswolt@lauswolt.com

                                                      

   \                                                                a

         Terug naar Galerie Lauswolt

 

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

 

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

 

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

 

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

 

 

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten

Peter v Houten Peter v Houten Peter v Houten